Westerdokseiland in vogelvlucht

Westerdokseiland? Dat was het Ie. Het rechte deel wel te verstaan, want het kromme Ie lag iets verderop, nu de Zaan. Het was een riviermonding en zeearm tegelijk, ideaal om handel te drijven, goederen te ruilen en mensen te ontmoeten, ook 4.500 jaar geleden al. Om droge voeten te houden heeft men de oever van het Ie (of Ye) telkens een beetje opgehoogd. Langs de rand van de Zuiderzee ontstond groeide een zeedijk en toen er bij een zijriviertje  een dammetje werd gemaakt was – al wist men dat toen nog niet – het fundament voor Amsterdam gelegd.

 

De handel groeide en de ‘plaets’ begon in 1275 tol te heffen. Enkele tientallen jaren later kreeg de stad er met ‘Mirakel van Amsterdam’ nog een winstgevende attractie bij. Daarmee had het knooppunt van haven, handel, banken en toeristische trekpleister, wortel geschoten  met voldoende ingrediënten om uit te groeien tot een wereldstad.

 

Omdat er steeds meer mensen wilden wonen, en steeds grotere schepen meer ruimte nodig hadden, werd de haven (nu: Damrak) al snel te klein. In het Ye werd eerst aan de oostkant een beschutte ligplaats – een ‘dok’ of ‘waal’ – gebouwd.  Die Oude Waal bestaat nog steeds en ligt achter het Scheepvaarthuis. Toen het daar vol was werd aan de westkant een Nieuwe Waal gebouwd. Ook die is er nog, maar heet sinds 1832 Westerdok, met als gedempt deel het Westerdokseiland. Op de kop van het eiland stond nog korte tijd het treinstation Westerdok, totdat in 1889 het CS werd geopend. Het Westerdokseiland werd daarna rangeerterrein en overslaghaven voor schepen die bij de graansilo en het Stenen Hoofd aanlegden.

 

Amsterdam groeide eind 19e eeuw snel met veel werkgelegenheid in scheepswerven, brouwerijen en andere fabrieken. Om de stad tegen vijanden te beschermen, werd een ring van forten gebouwd. Dat men aan de andere kant van de wereld bezig was het vliegtuig uit te vinden, was hier niet bekend. In tijden van oorlog zou het land naar beproefd recept onder water worden gezet en zou de Stelling van Amsterdam onneembaar worden. Om de bevolking dan niet te laten verhongeren werd tegenover de silo een broodfabriek gebouwd. Vanaf de betonnen steiger, die nog steeds in het water aan het einde van het Westerdok te zien is, kon het brood dan met bootjes in de stad worden afgeleverd.

 

Weer een eeuw later, vanaf 1990, werd op het Westerdokseiland een woonbuurt gepland. De bouw van enkele grote blokken – vanaf het spoor: Grande Cour, VOC-Cour, Westerkaap I en Westerkaap II – startte in 2005, een paar jaar later aangevuld met het IJ-Dock. Er zijn nu ruim 1100 woningen, cafés, restaurants, kantoren, ateliers, bedrijfsruimten, een hotel, een Paleis van Justitie, en diverse aanlegplaatsen voor woonschepen, jachten, speelboten en cruiseschepen.

 

Op het Westerdokseiland wonen zo’n 2.500 mensen. Ongeveer een kwart is jonger dan 25 jaar en ruim 40% is tussen de 25 en de 50 jaar oud. De rest is ouder, dikwijls sportief en reislustig. De woningen – van de meest luxe koop- tot betaalbare huurappartementen – zijn populair en de bedrijfsruimten gewild. In de buurt is de polsslag van de tijd voelbaar. Er was korte tijd een winkel met de grootste sortering pro secco ter wereld, een smaaklaboratorium dat nu onder een andere naam landelijk bekend is, en een brouwerij met zoveel succes dat ook die weer snel moest verhuizen.

 

Het Westerdokseiland is een moderne stadswijk met veel nieuwe gezichten, maar het is ook een stadsdorp waar je op straat bekenden tegenkomt en een praatje mee maakt. Er zijn bewoners die met elkaar een borrel drinken of yoga-oefeningen doen. Er is een groep van zo’n 150 bewoners die eens per maand met elkaar eten maakt. Een gezelschap  van wisselende samenstelling dat de variatie in de buurt weerspiegeld. Anderen doen een competitie met een pub-quizz, genieten op zondagmiddag in het café van muziek, gaan in een informeel groepje naar de bioscoop of maken een stadswandeling. Het stadsdorp heeft geen enkele ‘oorspronkelijke’ bewoner, maar veel mensen die er nu wonen, willen nooit meer weg. En geef ze eens ongelijk: wie wil er nu niet wonen en werken in een stadsdorp, waar je de mensen kent en je gang kan gaan, met het hart van een wereldstad op loopafstand, en met een bus, boot, tram, trein en vliegtuig om de hoek.